Bandenmaten

Bandenmaten

In Europa wordt op de volgende manieren de grootte van de band aangegeven:

Duitse ‘klassieke’ benadering

De maat in inches met twee getallen, bijvoorbeeld 28 × 1¾, waarbij het eerste getal de buitendiameter van de opgepompte band aangeeft in nominale inches en het tweede getal de hoogte vanaf de draad tot de bovenkant en tevens de breedte.

De maat in inches met drie getallen, zoals bij 28 × 1⅝ × 1⅜. Deze band heeft dezelfde velgmaat als 28 × 1⅝, maar de hoogte en breedte zijn 1⅜” en de buitendiameter is dan ook niet 28″. Het is niet juist dat het derde getal de breedte aangeeft.

In het Franse systeem, bijvoorbeeld 700-23C of 700-38C, staat het eerste getal voor de buitendiameter van de buitenband in millimeter. Dit eerste getal is echter steeds afgerond. Het tweede getal staat voor de breedte van de band in millimeter.

ETRTO

De verschillende oude systemen worden stilaan vervangen door een Europese ETRTO-norm.
Een voorbeeld hiervan is 47—622, 40-622 (stadsfiets) en 23-622 (koersfiets).
Hierbij staat het eerste getal voor de breedte in millimeter van de opgepompte band en geeft het tweede getal de velgmaat (de diameter van de velg) aan, gemeten daar waar de binnenband op de velg rust.
Dit komt overeen met de diameter van de hieldraad van de band en vormt een belangrijk verschil met de andere systemen, waar de buitendiameter van de band gemeten wordt.

De Europese ETRTO-norm wordt in de bedrijfstak sinds de jaren 80 van de 20e eeuw gebruikt, maar zet maar traag door in het algemene spraakgebruik. Oude aanduidingen kunnen meestal niet omgezet worden in metrische maten.

De ETRTO-norm geeft juiste maten en men kan dan ook nameten of het klopt.
Dat is met inchmaten niet het geval, zoals zelfs mag blijken uit het feit dat een band van 27″ een grotere velg nodig heeft dan de meeste banden van 28″.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: