Besturing.

Besturing.

besturingAls een fiets rechtuit rijdt dan liggen de wielen in hetzelfde vlak. De hartlijnen van de wielassen lopen evenwijdig.
Wanneer het stuur gedraaid wordt snijden de hartlijnen van het voor- en achterwiel elkaar.
De fiets draait hierdoor om dit snijpunt en maakt een bocht. Hoe dichter de wielen bij elkaar staan, hoe dichter het snijpunt bij de fiets komt te liggen. Een fiets met kortere wielbasis maakt bij dezelfde stuuruitslag een scherpere bocht dan een fiets met een lange wielbasis.

Op een fiets die door de bocht gaat werkt niet alleen de zwaartekracht maar ook een middelpuntzoekende kracht.
Op elk voorwerp dat een cirkelvormige baan beschrijft werkt een middenpunt zoekende kracht.

Deze kracht wil het voorwerp naar buiten slingeren.
De middelpuntzoekende kracht is te berekenen met de volgende formule: F mpz = MV2 Delen door R. (komt afb voor)

Waarbij:
M = Massa fiets met fietser in kg.
V = Snelheid in m/s.
R = De straal van de bocht in meter

Een fietser die verticaal door de bocht gaat zou door de middelpuntzoekende kracht omvallen.
Door schuin door de bocht te gaan wordt de middelpuntzoekende kracht gecompenseerd door de zwaartekracht.
Bij het nemen van een bocht moeten, voor evenwicht op de fiets, de momenten (=kracht x arm) van de zwaartekracht en middelpuntzoekende kracht bij de band gelijk zijn.
De resultante van de twee krachten werkt dan langs de hartlijn van de fiets. Als je sneller of scherper door de bocht gaat dan wordt de middelpuntzoekende groter. Om deze kracht te compenseren door de zwaartekracht moet de fiets schuiner door de bocht.

besturingNiet alleen de momenten op de band moeten in evenwicht zijn.
Ook de horizontale en verticale krachten moeten in evenwicht zijn. Om een bocht te maken en niet naar buiten geslingerd te worden, moeten er op de fiets een kracht werken die even groot is als de middelpuntzoekende kracht en naar binnen gericht zijn.
Deze kracht grijpt aan bij de band. Op de band moet dus een reactiekracht werken in horizontale richting die gelijk is aan de middelpuntzoekende kracht.
De band moet in horizontale richting voldoende grip hebben op het wegdek om veilig door de bocht te kunnen. Waar deze grip van afhangt wordt behandelt bij het hoofdstuk banden.
Wanneer de middelpuntzoekende kracht een bepaalde waarde overschrijdt zal de grip tussen band en wegdek niet meer voldoende zijn.
De fiets zal dan uit de bocht slippen. Een fiets zal vooral uit de bocht vliegen wanneer de grip plotseling lager wordt: Dit kan door losliggend grind, olievlekken, water, putdeksels of remmen in de bocht.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: