De Geometrie van het Frame.

GeometrieFietsen zijn verschillend van afmetingen. Deze verschillen hangen samen met de toepassing van de fiets en de lengte van de fietser.
De maat van het frame is in hoge mate bepalend voor de uiteindelijke maat van de fiets. Het is voor de fietsspecialist dan ook van belang om een maat frame te zoeken die aansluit bij de afmeting van de fietser en het gebruik van de fiets. 

 

 

 

 

geometrie

      De volgende maten zijn van belang voor de keuze van de fiets en het frame:
  • De brackethoogte: = De afstand tussen het hart van de bracket (trapas) en de grond.
  • De cranklengte: = De lengte van de cranks gemeten tussen het hart van de trapas en het hart van het pedaalas. Door montage van kortere of langere cranks is de cranklengte aan te passen aan de beenlengte.
  • De zithoogte of zadelhoogte: = De afstand tussen het zadel en het pedaal als het pedaal evenwijdig (in een lijn) staat aan het zitbuis en naar beneden gericht is. Deze maat is te verstellen door de zadelpen verder of minder ver in het frame te zetten.
  • De framemaat of framehoogte: = De afstand tussen het hart van het bracket (trapas) en de bovenkant van de zadelpenlug. Bij bijna alle frames loopt hier de zitbuis van het frame. In Italië werd de framemaat gemeten vanaf de bovenkant van de bracket. Dit scheelt ongeveer 2 cm. Een Italiaans frame met 54 cm heeft een framemaat van 56 cm. Bij sommige fabrikanten van frames met aflopende bovenbuis is de framemaat de afstand gemeten vanaf het bracket (trapas) en het snijpunt van de zitbuis en een horizontale lijn vanaf de bovenkant van het balhoofd. Er zijn ook fabrikanten die voor deze frames de werkelijke framemaat geven.
  • De zithoek: = Bij het frame is de zithoek de lijn tussen het bracket en de zadelpenlug maakt met de grond en bij de fiets de hoek die het bracket maakt met het midden van het zadel. Door het zadel naar voren of achteren te schuiven is de zithoek op de fiets te verstellen.
  • De zadelpenlengte: = De afstand tussen zadel en zadelpenlug van het frame.
  • De framelengte of bovenbuislengte: = De afstand tussen balhoofdbuis en de lijn tussen het bracket en de zadelpenlug, horizontaal gemeten. Bij het klassieke frame loopt hier de bovenbuis.
  • De stuurafstand: = De afstand tussen de voorkant van het zadel en het hart van de stuurbuis. Door een stuurpen met kortere of langere voorbouw te monteren is deze maat te veranderen. Bij de stuurpennen met een verdraaibare voorbouw is deze maat ook af te stellen.
  • De stuurhoogte: = Het hoogteverschil tussen bovenkant zadel en de stuurbuis. Door de stuurpen verder of minder ver in de voorvork te zetten is de stuurhoogte in te stellen.
  • De voorbouw: = De afstand tussen balhoofdbuis en hart van de stuurbuis, horizontaal gemeten. Stuurpennen zijn met verschillende voorbouwlengtes leverbaar.
  • De stuurpenlengte: = De afstand tussen bovenkant balhoofdbuis en hart van de stuurbuis, evenwijdig aan de balhoofdbuis gemeten.
  • De balhoofdhoek of stuurhoek: = De hoek die de balhoofdbuis maakt met het wegdek.
  • De sprong: = De afstand tussen de balhoofdbuis en de as van het voorwiel, loodrecht op de balhoofdbuis gemeten. Voorvorken zijn met verschillende sprongen leverbaar. De sprong beïnvloed het stuurgedrag van de fiets.
  • De naloop: = De afstand tussen het raakpunt van het wiel op het wegdek en het raakpunt van de hartlijn door de balhoofdbuis op het wegdek. Door montage van een voorvork met andere sprong is de naloop te veranderen.
  • De wielbasis: = De afstand tussen de assen van het voor- en het achterwiel.
  • De Achtervorklengte: = De afstand tussen de hartlijn van de bracket en de achteras.

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: