Grip van het wiel

Grip van het wiel

grip van het wielDe band om het wiel zorgt, naast de vering, ook voor grip met het wegdek. De grip op het wegdek is afhankelijk van de wrijvingscoëfficiënt tussen het wegdek en de band en de kracht waarmee de band op het wegdek rust.
Dit is een algemene wet voor de wrijvingskracht. Deze is alleen afhankelijk van de wrijvingscoëfficiënt van de materialen en de kracht waarmee de materialen tegen elkaar gedrukt worden.
Door het oppervlak te verhogen wordt de wrijving niet groter. Ook het gebruik van het profiel heeft geen invloed op de wrijving. Profiel verhoogt alleen de grip bij onregelmatige oppervlaktes.

grip van het wielHoe hoger de wrijvingscoëfficiënt, hoe beter de grip. Rubber heeft over het algemeen een hoge wrijvingscoëfficiënt met andere materialen.
De menselijk huid heeft een zeer hoge wrijvingscoëfficiënt. Teflon en nylon hebben weer een hele lage wrijvingscoëfficiënt, waardoor deze materialen zeer geschikt zijn voor glijlagers en binnenvoering van kabels.
De wrijvingscoëfficiënt van de meeste materialen is bij stilstand hoger dan bij beweging. Een voorwerp waar kracht op uitgeoefend wordt zal eerst stil blijven liggen.

De wrijvingskracht is dan even groot als of groter dan de kracht die op het voorwerp wordt uitgeoefend. Op het moment dat de kracht groter is dan de wrijvingskracht gaat het voorwerp glijden.
Op dat moment vermindert de wrijving, waardoor de weerstand op het voorwerp plotseling vermindert en het voorwerp vooruit of weg schiet. Als op een band de aandrijfkracht, de remkracht of de zijdelingse kracht groter wordt dan de maximale wrijvingskracht blijft die band niet meer rollen maar gaat glijden.
grip van het wielEen band die gaat slippen krijgt plotseling veel minder grip op het wegdek en glijdt weg. Het effect dat een voorwerp plotseling wegschiet doordat de wrijvingscoëfficiënt bij rust of rollen hoger is dan bij glijden wordt aangeduid met stickslip.
Stickslip treedt bij fietsen op in het contact tussen wegdek en band, bij het contact tussen remblokken en remvlak, tussen de buiten en binnenkabel van de rem en bij verende voor- en achtervorken.
Stickslip lijdt bij banden tot het plotseling wegglijden van de band, bij verende voorvorken voor het slecht en niet direct reageren van de vering en bij de remmen tot het blokkeren van de rem en het slecht kunnen doseren van de rem.

De wrijving tussen twee materialen wordt veel minder als er een vloeistof tussen de twee materialen komt. De vloeistof zorgt dat er een film tussen de twee materialen komt. Bij lagers is het gunstig om te smeren.
Bij regen is de grip van de band op het wegdek veel minder, waardoor in de regen een fiets sneller uit de bocht vliegt en minder hard kan remmen. Ook door losliggend zand en grind vermindert de grip op het wegdek. De losliggende zandkorrels werken als kogeltjes in een kogellager en zorgen dat het wiel wegrolt. Tegen het wegrollen is een licht profiel wél zinvol.

De band kan wegglippen als een fietser te hard remt, te hard optrekt of te hard door de bocht gaat. In een bocht moet een fietser zeer voorzichtig zijn met remmen en aanzetten. Door de verhoging van de kracht op het wiel door het remmen en aanzetten kan de kracht plotseling groter worden dan de wrijvingskracht. Op dat moment zal het wiel slippen.

Door het toepassen van het profiel op de band kan de grip vergroot worden als er op onregelmatige ondergrond gereden wordt. In plaats van wrijvingskracht tussen band en ondergrond is er dan een normaalkracht tussen zijkant van het profiel en de ondergrond.
Voor ruig terrein is vooral profiel in dwarsrichting geschikt. Voor een betere grip in de bochten is profiel in de lengterichting beter geschikt, omdat je de neiging hebt dwars weg te glijden.
Theoretisch heeft een smalle band evenveel grip als een brede band. Door het grotere contactoppervlak van een brede band zal deze in de praktijk meer grip hebben omdat losliggend grind, olievlekjes, oneffenheden een minder verstorende invloed hebben.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: