Het indexsysteem

Het indexsysteem.

Tot de midden jaren tachtig was het derailleursysteem zo geconstrueerd, dat de achter- en voorderailleur met de schakelaars precies op de juiste plek gepositioneerd moesten worden.
Tegenwoordig is het derailleursysteem geïndexeerd. Dat wil zeggen dat de schakelaar voor de achterderailleur T, 8 of 9 vaste standen heeft (afhankelijk van het aantal kettingwielen; de achterderailleur wordt hierdoor over een vaste afstand verplaatst en komt zo altijd in de goede positie terecht.
Ook de schakelaar voor de voorderailleur is van een aantal vaste Standen voorzien, zodat de voorderailleur altijd recht boven een kettingblad komt.
Voor het goed functioneren van het geïndexeerde schakelsysteem zijn twee zaken van belang:

  • De achterderailleur moet in elke stand precies recht onder het kettingwiel staan. Hiervoor is de Schakelaar voorzien van een vast aantal Standen die overeenkomen met de afstand tussen de hartlijnen van de kettingwielen. Zie afb 1. Via de binnenkabel wordt deze verplaatsing doorgegeven aan de achterderailleur. Schakelaar, kabels en derailleur moeten Zo op elkaar afgestemd zijn, dat ze er samen voor zorgen dat de derailleur in elke stand recht onder de ketting
  • Om te zorgen dat de ketting soepel van het ene kettingwiel naar het andere glijdt, zijn de kettingwielen op een speciale wijze geslepen. Hierdoor is het mogelijk dat de derailleur de ketting zonder problemen van kettingwiel laat wisselen, ook al wordt de ketting belast. De fietser kan gewoon schakelen terwijl hij doortrapt. De kettingwielen, ketting en kettingbladen zijn zo op elkaar afgestemd, dat de ketting onder belasting soepel van kettingwiel kan wisselen.

Doordat de onderdelen op elkaar afgestemd zijn voor een perfecte werking van het indexsysteem, kunnen ze niet zonder meer uitgewisseld worden. De diverse onderdelenfabrikanten leveren complete onderdelengroepen waarvan de afzonderlijke componenten op elkaar afgestemd zijn.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: