Remkabels.

Remkabels

Voor een goede remwerking is de kwaliteit van de kabels van essentieel belang. Door wrijving, rek en te veel bochten kunnen de verliezen in de kabel aanzienlijk zijn. Daarnaast is een plotselinge breuk van de kabel levensgevaarlijk.

Buitenkabels voor remmen zijn gewikkeld uit staaldraad en voorzien van een buiten laag en soms een binnenlaag. De staaldraad dient er voor om de remkabel sterkte te geven. De kunststof buiten laag dient om de kabel te beschermen tegen beschadigingen en vocht en de binnenlaag om de wrijving tussen binnen- en buitenkabel zo klein mogelijk te maken. Dit is van essentieel belang voor een goede remwerking. De binnenkabel moet dan ook van vet voorzien worden voordat die door de buitenkabel gehaald wordt. Hoogwaardige buitenkabels zijn voorzien van een materiaal met lage wrijvingscoëfficiënt, bijvoorbeeld Teflon in Gore-tex buitenkabels. Kabels met een teflonvoering hoeven niet gesmeerd te worden.

Voor de remmen worden binnenkabels gebruikt met een doorsnede van 2 of 1.6 mm. De dikkere kabels zijn stijver en sterker waardoor ze beter functioneren. De binnenkabels zijn gemaakt van dunne gewikkelde staaldraadjes. Binnenkabels kunnen zich hierdoor nog een beetje zetten waardoor ze langer worden. Bij montage van een nieuwe remkabel is het verstandig om een aantal keren hard in de rem te knijpen om de binnenkabel te zetten. Eventueel moet de rem daarna weer bijgesteld worden. Als de kabel zich eenmaal gezet heeft vertoont deze geen rek meer. Door RVS binnenkabels te monteren wordt voorkomen dat de remwerking vermindert door roestvorming tussen de binnen- en buitenkabel.

afbeelding 64De buitenkabel moet zonder scherpe bochten vanaf het stuur naar de rem geleid worden. De binnenkabels voor zij-optrekremmen en V-remmen moeten geheel door een buitenkabel geleid worden omdat de buitenkabel op de remmen af steunt. Om de buitenkabel aan het frame te bevestigen is deze vaak voorzien van nokjes. Kabels voor cantilever remmen en trommelremmen kunnen af gesteund worden op het frame. Om de wrijving te verminderen hoeft de buitenkabel hierbij alleen bij bochten en het stuur gemonteerd worden, afhankelijk van de aanwezige nokjes op het frame. Zie afbeelding 64. Op racefietsen is het stuurlint vaak over de buitenkabel gewikkeld. Dit is gedaan om de fiets iets aërodynamischer te maken. De extra bochten in de kabel verhogen wel de wrijving. Bij een onderhoudsbeurt moet gecontroleerd worden of de remkabels nog goed zijn. Bij enige tekenen van beschadigingen zoals rafels, knikken en roest moeten de kabels vervangen worden. Ook als de bediening via de kabels zwaar gaat moeten zowel de binnenkabel als buitenkabel vervangen worden.

afbeelding 65aDe buitenkabels moeten met een scherpe tang op maat geknipt worden en vlak gemaakt worden. De uiteinden moeten daarna van goed passende kabelstoppers voorzien worden, zeker als de buitenkabel af steunt op het frame. De kabelstoppers voorkomen dat de kabel gaat rafelen en dat de binnenkabel beschadigt. Zie afbeelding 65a.
afbeelding 65b

 

 

 

 

 

 

 

afbeelding 66De V-remmen zijn voorzien van een rubberen harmonica kabelbeschermer om te voorkomen dat er vuil in de buitenkabel komt. In principe kunnen deze kabelbeschermers overal gemonteerd worden waar de binnenkabels uit de buitenkabel komt. De nippels waarmee de kabel aan de remgreep bevestigd worden zijn verschillend voor race- en ATB remmen. Zie afbeelding 66. Bij verkoop van remkabels moet dan ook een kabel met een juiste nippel verkocht worden.

De montage van de buitenkabel en binnenkabel gaat als volgt:

  • Knip de buitenkabel met een scherpe kniptang op maat. De buitenkabel moet recht en zonder rafelige uiteinden op maat geknipt worden. Let er op dat bij het knippen de buitenkabel niet plat geknepen wordt. De buitenkabel moet op een lengte geknipt worden dat die met zo min mogelijk bochten naar de rem geleid kan worden. De rembochten moeten wel zo ruim gelegd worden dat de kabel recht in de nokken valt. Als het frame voorzien is van kabelnokken moeten deze gebruikt worden.
  • Voorzie de buitenkabel van goed passende kabelstoppers.
  • Vet de binnenkabels in.
  • Rijg de binnenkabel door de remgreep en buitenkabel. Let er op dat de nippel goed scharnierend en gesmeerd bevestigd is in de remgreep.
  • Rijg de buitenkabel en binnenkabel door de nokjes op het frame en remhoeven en haal de binnenkabel door de kabelklem op de rem. Let er op dat de uiteinde niet rafelt. Zorgt dat de buitenkabel goed af steunt op de remgreep en de rem of frame. Op de plek waar de buitenkabel af steunt mag deze geen hoek maken. Eventueel kunnen tussen de buitenkabel en binnenkabel vuilbeschermers gemonteerd worden zoals die op de V-rem te vinden zijn.
  • Zet de binnenkabel vast. Om te zorgen dat de kabel goed strak gemonteerd is, is het handig om de remblokken met een ‘derde handje’ tegen de velg te klemmen.
  • Draai de stelschroef zo dat de rem vrijloopt.
  • Knijp vijf tot tien keer in de rem om de kabel te zetten en de bevestiging te controleren.
  • Stel de rem eventueel opnieuw af als de binnenkabel gezet is.
  • Knip de binnenkabel vlak onder de kabelklem af met een scherpe kniptang. Zorg dat het kabeleinde niet rafelt.
  • Knijp een kabeleindje op het uiteinde van de binnenkabel.

Bij controle van de kabels moet op de volgende punten gelet worden.

  • Is de buitenkabel beschadigd of geknikt.
  • Is de buitenkabel van de juiste kabelstoppers voorzien.
  • Vallen de kabelstoppers goed strak en recht in de nokken van de remgreep, frame en rem.
  • Zit het tonnetje van de binnenkabel goed in de passing van de remgreep.
  • Glijdt de binnenkabel soepel in de buitenkabel.
  • Is de binnenkabel gerafeld.
  • Is de binnenkabel goed aan de rem geklemd.
  • Is de binnenkabel voorzien van een kabeleindje.

Bij beschadiging of slecht functioneren moeten bij voorkeur zowel de binnenkabel als buitenkabel vervangen worden.

Remmen kunnen ook bediend worden met trekstangen. Voordeel van trekstangen is dat ze veel sterker zijn en daardoor minder beschadigen. Constructief is een bediening met trekstangen lastiger. Bij bochten moet een scharnierpunt gemaakt worden waar twee trekstangen scharnierend aan bevestigd zijn. De scharnierpunten mogen niet te veel speling hebben omdat anders de remgreep tegen de stuurbuis geknepen kan worden. Door voldoende voorspanning op de scharnierpunten kan de speling weggenomen worden. De scharnierpunten mogen ook niet te veel wrijving hebben omdat hierdoor te veel verliezen optreden. Ze moeten dan ook regelmatig gesmeerd worden met een beetje olie. De trekstangen worden scharnierend bevestigd met simpele boutjes. Af en toe moet gecontroleerd worden of ze nog vast zitten.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: