Snelheidsmeters.

Snelheidsmeters.

Met een snelheidsmeter krijgt de fietser informatie over zijn sportieve prestaties onderweg.
De fietscomputer meet de tijd, het aantal omwentelingen van het wiel en de tijd die het wiel er over doet om een omwenteling te maken.

Op basis van deze meting geeft een fietscomputer de volgende informatie:

  • De afgelegde ritafstand (= het aantal omwentelingen van het wiel in deze rit).
  • De totaalafstand die met de fiets is afgelegd (= het totaal aantal omwentelingen dat het wiel heeft gemaakt).
  • De gemiddelde snelheid tijdens de rit (= het aantal omwentelingen van het wiel/ de rittijd).
  • De rittijd (= het moment dat de meting begon tot het einde van de meting).
  • De snelheid op dat moment (= de tijd die het wiel er over doet om een omwenteling te maken).
  • De maximumsnelheid (= de kortste tijd die het wiel er over heeft gedaan om een omwenteling te maken).

Een fietscomputer werkt volgens het volgende principe:

Een magneet is aan het wiel bevestigd (afb. 37).Snelheidsmeters
Een spoel (sensor) is aan de vork bevestigd ter hoogte van de magneet en zodanig dat de magneet de sensor net niet raakt.
Elke keer als de magneet de spoel passeert, wekt deze een stroom op in de spoel.
De sensor is met een stroomdraad verbonden aan een houder waar de fietscomputer op geschoven wordt.
In de computer zit een rekenchip met ingebouwde klok en telraam, een LCD-scherm, een batterij of zonnecel en knoppen voor de bediening.

Elke keer als de chip een stroomstoot van de sensor krijgt zet die de teller een stap verder en meet de tijd tussen de stroomstoot en de vorige stroomstoot.
De chip rekent op basis van de meetgegevens en de wielomtrek de totale afstand, afstand, gemiddelde snelheid, snelheid op dat moment en maximumsnelheid uit.
De chip stuurt de gegevens naar een LCD-scherm. Het LCD-scherm geeft de gegevens weer.

De chip kan beginnen met meten doordat hij een signaal van de sensor krijgt.
De chip begint automatisch te meten als het wiel draait en stopt als het wiel weer stilstaat.
De rittijd en gemiddelde snelheid worden berekend over de daadwerkelijke tijd die gefietst is.
De chip kan ook beginnen met meten als er een knop wordt ingedrukt.
De fietscomputer werkt dan als stopwatch en de fietscomputer meet de rittijd, afgelegde weg en gemiddelde snelheid over de door de fietser gewenste periode.
Bij luxe fietscomputers kan gekozen worden hoe de fietscomputer ingeschakeld wordt.
Bij eenvoudige fietscomputers is alleen de eerste optie mogelijk.

Fietscomputers meten en rekenen allemaal even nauwkeurig.
Voor een betrouwbare meting is het alleen van belang dat de wielomtrek goed wordt ingevoerd.

Omdat de wielomtrek van een belast wiel en een onbelast wiel verschillend zijn, wordt de wielomtrek op de volgende wijze gemeten:

  • Breng de band op de druk waarmee gemiddeld gefietst zal worden.
  • Draai het wiel zodat het ventiel naar beneden Staat.
  • Zet een streepje op de grond bij het ventiel.
  • Ga op de fiets zitten.
  • Rol de fiets rechtdoor precies een wielomwenteling verder totdat het ventiel weer beneden staat.
  • Zet weer een streepje op de grond bij het ventiel.
  • Meet de afstand tussen de streepjes op de mm nauwkeurig.
  • Herhaal de meting een aantal keren om de nauwkeurigheid van de meting te vergroten.

De gevonden waarde moet ingevoerd worden in de fietscomputer.
Hoe je dat moet doen is bij elk merk verschillend.
De waarde die ingevoerd moet worden kan in mm of cm zijn.
Rond de gemeten waarde af als die in cm moet worden ingevoerd.
Voor de nauwkeurigheid van de computer maakt dat niet veel uit, omdat de wielomtrek nooit tot de mm precies bekend is door variatie in gewichtsverdeling en variatie in de banddruk.
Deel de gevonden waarde door 3,1415 als de wieldiameter ingevoerd moet worden.
Ook kan ingevoerd worden of de computer de waarde in mijlen of in kilometers moet weergeven.

SnelheidsmetersDe meeste fietscomputers geven op hun scherm de snelheid weer en een andere waarde naar keuze, bijvoorbeeld de ritafstand.
Ze zijn voorzien van twee knoppen voor de bediening.
Eén om andere gegevens op te roepen en één om de meting te starten.
Om de tijd, wielomtrek en meeteenheid in te stellen moet soms een kleine derde knop ingedrukt worden of beide knoppen in een bepaalde combinatie.
De magneet wordt aan de spaken gemonteerd, de sensor aan de voorvork en de houder van de fietscomputer wordt op het stuur vlak bij de stuurpen bevestigd.
Zorg er bij de montage voor dat de stroomdraad mooi om voorvork en stuur gewikkeld is.
Er zijn ook fietscomputers waarbij de sensor de stroompuls naar de computer zendt.
De kwetsbare en lelijke draad ontbreekt bij deze computers.

De computer kan voorzien zijn van de volgende extra functies om de fietser van nog meer informatie te Voorzien:

  • Cadansmeter
    Hiermee wordt het aantal pedaalomwentelingen per minuut weergegeven. Op de crank moet hiervoor een magneet aangebracht worden en op de liggende achtervork een sensor. Met een Cadansmeter is het eenvoudiger om bij een bepaalde trapfrequentie te trainen.
  • Temperatuurmeter. Hiervoor is de fietscomputer voorzien van een temperatuursensor.
  • Stopwatch
  • Hoogtemeter
    Hiervoor is de fietscomputer voorzien van een druksensor die de luchtdruk meet. Op basis van de luchtdrukverschillen meet de computer de hoogteverschillen. Omdat de luchtdruk verandert, moet regelmatig de juiste hoogte worden ingevoerd als je op een bekende hoogte bent. Met de hoogtemeting kan bijvoorbeeld ook het hellingspercentage van het wegdek worden berekend.
  • Snelheid boven of onder het rit gemiddelde. In het scherm wordt dit meestal weergegeven met een plus of min.
%d bloggers liken dit: