Eenheden voor stroom, spanning en weerstand.

Eenheden voor stroom, spanning en weerstand.

Bij elektriciteit heb je te maken met drie grootheden: stroom, spanning en weerstand.
Elke grootheid wordt gemeten in bepaalde eenheden.

Eenheden voor stroom, spanning en weerstand

Alle meeteenheden zijn heel nauwkeurig omschreven (onthoud niet de precieze details!).

Voor de eenheid van stroom geldt: een stroom (I) heeft een grootte van 1 ampère, als in 1 seconde de lading van 6,28 x 1018 elektronen een bepaald punt in de geleider passeren. Het symbool voor ampère is I. De meeteenheid is ampère (A).

Voor de eenheid van spanning geldt: als door een elektrische geleider met een weerstand van 1 ohm in 1 seconde een stroom vloeit met een sterkte Van 1 ampère, is daarvoor een spanning nodig van 1 volt. Het symbool voor spanning is U, de meeteenheid is volt (V).

Voor de eenheid van weerstand geldt: een kwikdraad met een lengte van 1063 mm en een doorsnede met een oppervlakte van 1 mm2 heeft een weerstand van 1 ohm bij een temperatuur van 0 °C.
Het symbool voor weerstand is R, de meeteenheid is ohm (Q).

Het verband tussen stroom, spanning en weerstand wordt uitgedrukt in de wet van Ohm.


Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: