Benodigheden
Tijd
120 Min.
Kosten
500,-
Gereedschap
Kabelkniptang
Kruiskop schroevendraaier
5/6 mm inbussleutels
tang

SRAM-groep monteren

Wil je een fiets met een SRAM-groep? Wij leggen je uit hoe je alles monteert en perfect afstelt.
SRAM is de jongste speler in de markt van de racegroepen, met waardige alternatieven voor Shimano en Campagnolo. De 10-speed cassettes zijn uitwisselbaar met Shimano, maar daar houdt het ook mee op. Alle andere onderdelen zijn specifiek voor SRAM.


  • Stappenplan
  • Tips en opmerkingen?

Stappenplan : SRAM-groep monteren

  • Shifters en derailleurs monteren
  • Derailleurkabels
  • Kettinglengte
  • B-, L- en H-schroef
  • Kabelspanning

Shifters en derailleurs monteren

Trek de rubbergreep naar voren, zodat de 5 millimeter bevestigingsbout bloot komt te liggen. Draai de bout voldoende los zodat je de shifter over het stuur kunt schuiven. Na het plaatsen van de shifter draai je de bout lichtjes aan. Monteer zo beide shifters. Ga op het zadel zitten, en steun op de shifters. Pas de positie aan indien nodig. Check met een liniaal of waterpas dat de shifters recht en gelijk zitten. Draai de bevestigingsbouten nu volledig vast.

Monteer de achter derailleur met een 5 millimeter inbussleutel in de derailleur pad. Let er op dat de B-schroef en bijbehorende plaat op de juiste positie zitten, zoals te zien is op de linker foto. De voor derailleur monteer je aan de las nok, of om de zitbuis als je een model met klemband hebt. Bij de voorderailleur moet de kooi uitgelijnd zijn met de kettingbladen. Verder moet de kooi 1 tot 3 millimeter boven het buitenblad zitten zoals op de rechterfoto. Als de positie goed is, draai je de bevestigingsbout vast met een 5 millimeter inbussleutel.

Derailleurkabels

Schuif de derailleurkabel door de verste opening van de twee aan de bovenkant van de shifter, zoals op de foto. Let op dat het een dunne kabel is. Er zijn meer maten. De kabel komt er aan de zijkant weer uit. Het schuiven vereist meer kracht dan je zou verwachten, doordat de kabel direct afbuigt in de shifter. Druk de buitenkabel goed in de shifter, en laat hem langs het stuur lopen. Hou er bij het inkorten van de buitenkabel rekening mee dat het stuur vrij kan bewegen. Maar de kabel mag ook niet veel te lang zijn, dat zorgt voor onnodige frictie. Inkorten doe je met een goede kabelkniptang.

Schuif de binnenkabel door de buitenkabel, waarbij je controleert of de buitenkabel goed in de shifter zit. Tape de buitenkabel vast aan het stuur. De bocht van de achtervork naar de achter derailleur mag niet tekort zijn, want dan komt de kabel te strak te staan. Plaats de binnenkabel in de derailleur. De shifter van de achterderailleur moet hierbij in de zwaarste versnelling staan (kleinste kettingblad), de shifter van de voorderailleur moet in de lichtste versnelling staan (kleinste krans). Alle kabelverstellers moeten volledig worden ingedraaid. De versteller op de derailleur draai je hierna één slag terug. Span de binnenkabel met een tang en draaide kabelbout vast.

Kettinglengte

Knijp de remhendel in, nu zie je aan de bovenkant de opening waar de remkabel doorheen gaat. Schuif de remkabel door de shifter, en trek er stevig aan zodat de kop van de kabel goed op zijn plek zit. Kort de buitenkabel in met een goede kabelkniptang, en schuif de binnenkabel er doorheen. Draai de kabelversteller op de rem helemaal in, en één slag terug. Plaats de binnenkabel in de rem, span hem met een tang en draaide kabelbout vast. Om de kettinglengte te bepalen, leg je de ketting om de grootste krans en buitenblad (zonder de ketting door de achter derailleur te halen). Trek de kettinghelften naar elkaar toe, en tel twee schakels op bij de minimumlengte.

B-, L- en H-schroef

Met de B-schroef stel je de afstand in tussen de krans en het bovenste derailleurwieltje. De optimale afstand is zo klein mogelijk, voor snel en soepel schakelen. Maar het derailleurwieltje mag de kransen nooit raken. Schakel naar het binnenblad, en duw de achter derailleur naar de grootste krans. De afstand tussen krans en wieltje moet ongeveer 6 millimeter zijn. Schakelde achter derailleur naar de kleinste krans, en controleer ook hier de afstand. Pas het indien nodig aan met de B-Schroef.

Controleer de achterderailleur achter de fiets. In de grootste versnelling moeten de derailleurwieltjes recht onder de kleinste krans staan. Dit kun je instellen door aan de H-schroef te draaien op de derailleur. Om de derailleur meer richting het achterwiel te krijgen draai je tegen de klok in. Controleer of de ketting niet van de cassette af wordt geduwd. Draai aan de crank en duw tegelijkertijd de derailleur naar de grootste krans. De derailleurwieltjes moeten weer in één lijn staan met de krans. Aanpassingen maak je met de L-schroef. Door tegen de klok in te draaien beweeg je de derailleur richting het achterwiel.

Kabelspanning

Schakel naar de kleinste krans. Draai de kabelbout van de achterderailleur los, span de kabel met een tang en draai de bout weer vast. Schakel alle kransen meerdere keren op en af. Schakel opnieuw naar de kleinste krans. Schakel nu naar de tweede krans. Als de ketting niet of langzaam beweegt, verhoog je de kabelspanning door de versteller tegen de klok in te draaien. Schiet de ketting voorbij de tweede krans, dan verlaag je de kabelspanning door de versteller met de klok mee te draaien. Schakel nu alle kransen af en op, één voor één. Herhaal het afstellen van de kabelspanning om het schakelen perfect te krijgen.

Schakel naar de grootste krans en het binnenblad. De binnenkant van de derailleurkooi moet zo dicht mogelijk bij de ketting zitten, zonder dat de ketting de kooi raakt. Je kunt de afstand aanpassen door te draaien aan de L-schroef. Met de ketting nog op het binnenblad, draai je de kabelbout los. Draai vervolgens de kabelversteller op het frame helemaal in, en één slag terug. Span de kabel met een tang, en draaide kabelbout weer vast. Schakel een aantal keer op en af. Als de kabel weer slap hangt, herhaal je het spannen van de kabel.

Schakel naar de kleinste krans en het buitenblad. Net als bij het binnenblad, moet de derailleurkooi weer 1 millimeter van de ketting afzitten. Pas dit indien nodig aan door aan de H-schroef te draaien. Nu is het tijd om de kabelspanning aan te passen. Schakel naar de grootste krans en het binnenblad. Als de ketting tegen de derailleurkooi schraapt, pas je dit aan door aan de kabelversteller te draaien. De voorderailleur moet soepel schakelen, en de ketting mag niet aanlopen.

Tips en opmerkingen

• Kabelstoppers zijn essentieel voor elk kabelsysteem, ze voorkomen splijtende uiteinden bij buitenkabels en maken het bedienen van kabelverstellers makkelijker. Kabelstoppers moeten strak op de buitenkabel zitten, en redelijk strak in framenokken en verstellers. De meeste buitenkabels zijn standaard al voorzien van kabelstoppers. Maar koop altijd een paar extra stoppers, aangezien je de buitenkabel waarschijnlijk moet inkorten.
• De buitenkabels van rem- en derailleurkabels zijn niet uitwisselbaar. Remkabels zijn erg flexibel, waardoor de derailleurs slecht gaan schakelen. Derailleurkabels zijn stijf, waardoor ze kapot gaan door de hoge druk die vrijkomt bij het remmen.
• Plaats altijd eindkapjes op de uiteinden van binnenkabels, om rafelen tegen te gaan.
• Na montage of afstelling van de aandrijving moet je eerst je fiets zorgvuldig testen tijdens een rit. Zo kom je niet voor verrassingen te staan tijdens een race of langere rit.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: