Richtingsstabiliteit van de fiets.

De richtingsstabiliteit van de fiets.

richtingsstabiliteit van de fietsBehalve de balans op een fiets is het ook van belang dat deze makkelijk rechtdoor blijft gaan zonder dat de fietser steeds stuurcorrectie hoeft toe te passen. De richtingsstabiliteit wordt bepaald door de volgende factoren:

De naloop op de fiets.

Doordat het voorwiel de grond raakt achter het raakpunt van de balhoofdhoek wordt het voorwiel door het wegdek steeds recht getrokken. Dit effect is het beste waar te nemen bij zwenkwieltjes. Deze gaan altijd met het raakvlak achter het draaipunt van de as aan staan. Hoe groter de naloop hoe groter dit effect. De naloop is afhankelijk van de balhoofdhoek en de sprong van de voorvork.

De sprong van de voorvork.

Hierdoor ligt de as van het wiel voor het draaipunt van het balhoofd. Op het moment dat het stuur draait wordt door de sprong in de vork de fiets bij het voorwiel een beetje opgetild. Dit optillen kost kracht. Zolang er geen kracht op het stuur werkt zal het wiel hierdoor de neiging hebben in de rijrichting te blijven staan. Hoe groter de sprong, hoe groter dit effect. Vooral bij de traditionele “opoe”-fietsen is dit effect goed merkbaar.

Het gyroscopisch effect van het voorwiel.

richtingsstabiliteit van de fietsHierdoor kost het kracht om het wiel te verdraaien. Het wiel zal hierdoor ook de neiging hebben in rijrichting te blijven draaien.

De wielbasis van de fiets.

Bij een grotere wielbasis zal een kleine balansverstoring van het voorwiel minder effect hebben. De fiets zal daardoor beter stabiel rechtdoor rijden.

Het sporen van de fiets.

richtingsstabliteit van de fietsAls de wielen niet goed symmetrisch in het framevlak liggen dan zal dit effect hebben op de richtingsstabiliteit. De fietser zal veel meer moeten corrigeren.

De torsiestijfheid van het frame.

Wanneer het frame niet voldoende torsiestijfheid heeft dan kunnen de voorwielen en achterwielen gemakkelijk torderen tijdens het fietsen. De fiets kan daardoor gaan shimmien. Dit is een hinderlijke slingering in de rijrichting. Shimmien doet zich vooral voor bij hoge snelheden en zwaar beladen fietsen.

De vering van de fiets.

richtingsstabiliteit van de fietsDoor oneffenheden zal de fiets steeds uit balans gebracht worden. Een goede vering met demping voorkomt dat deze oneffenheden de fiets uit balans brengen. Op een fiets zonder verende voorvork of achtervering wordt het veergedrag vooral bepaald door het veergedrag van de banden. Door de juiste druk in de banden kan de stabiliteit verbeterd worden.

De lengte van de voorbouw.

Bij een lange voorbouw moet het stuur meer verplaatst worden om een stuurcorrectie uit te voeren. Een fiets met lange stuurpen reageert daardoor trager.

De zuiverheid van de wielen.

Een fiets met wielen die zuiver rond zijn rijdt stabieler. Zowel hoogte- als zijslagen zorgen ervoor dat het rijgedrag onprettig wordt.

Door de combinatie van de wielbasis, wielmaat, de balhoofdhoek en de naloop kan het gewenste stuurgedrag verkregen worden.
Een criteriumfiets, een baanfiets en een mountainbike dienen goed wendbaar te zijn.
richtingsstabiliteit van de fietsEen stadsfiets, een toerfiets, een vakantiefiets en een triatlonfiets dienen echter vooral stabiel en comfortabel rechtuit te rijden zodat bij deze fietsen de wielbasis langer, de balhoofdhoek kleiner en de naloop groter kunnen zijn.

De fietsspecialist zal het stuur- en rijgedrag van de fiets niet veranderen. De wielbasis, balhoofdhoek en naloop zijn niet in te stellen op de fiets en het zal ook en voorvork met andere sprong wil laten monteren om de naloop te veranderen.
Waar de fietsspecialist op moet letten is dat de wielen goed zijn uitgelijnd en in het framevlak staan en dat het balhoofdlager soepel en zonder speling loopt. Op een goed uitgelijnde fiets met een soepel lopend balhoofdlager kan zonder problemen met losse handen gefietst worden.

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: