Shimano achterderailleur MTB/Trekking.


  • Stappenplan

Stappenplan : Shimano achterderailleur MTB/Trekking.

  • Montage
  • Afstelling hendelslag.
  • De kabel vastzetten.
  • Derailleurwieltje vervangen.

Montage

Standaard type achterderailleur monteren.

Controleer periodiek of er geen spleet tussen het vork-uiteinde en de steun bestaat (zie afbeelding).
Als er een spleet bestaat tussen deze twee onderdelen, kunnen er problemen ontstaan bij het schakelen.

Steun type achterderailleur monteren.

Voor BMX type achterderailleur monteren.

Controleer periodiek of er geen spleet tussen het vork-uiteinde en de steun bestaat (zie afbeelding).
Als er een spleet bestaat tussen deze twee onderdelen, kunnen er problemen ontstaan bij het schakelen.

Afstelling hendelslag.

Afstelling hoogste versnelling

Draai de stelbout voor de hoogste versnelling totdat het bovenste derailleurwieltje zich op één lijn bevindt met de buitenrand van de kleinste tandkrans, vanaf de achterkant gezien.

Afstelling laagste versnelling

Draai de stelbout voor de laagste versnelling zodanig dat het bovenste derailleurwieltje direct op één lijn met de grootste tandkrans komt te staan.

Lengte van de ketting.

De lengte van A zal variëren afhankelijk van de beweging van de achtervering.
Hierdoor kan het aandrijfsys-teem te zwaar belast worden als de ketting te kort is.
De achtervering wordt actief en stopt wanneer afme-ting A zo ver mogelijk is uitgerekt.

Zet de ketting op de grootste tandkrans en het grootste kettingblad.
Voeg vervolgens 2 schakels toe om de lengte van de ketting in te stellen.

Let op.

* Als er veel beweging in de achtervering zit, kan het gebeuren dat het doorhangen van de ketting niet genoeg kan worden opgevangen als de ketting op het kleinste kettingblad en de kleinste tandkrans ligt.
* De achterderailleurplaat heeft een pen of plaat die voorkomt dat de ketting er afloopt.
Wanneer de ketting door de achterderailleur wordt geleid, leid hem dan naar de derailleur vanaf de kant van de pen/plaat die voorkomt dat de ketting er afloopt; zie de afbeelding.
Als de ketting niet correct wordt gelegd, kan de ketting of de achterderailleur beschadigd worden.

De kabel vastzetten.

De buitenkabel inkorten.

Knip bij het inkorten van de buitenkabel niet het uiteinde met de
markering, maar het andere eind.
Maak het uiteinde rond na het inkorten, zodat de binnenkant van het gat
een gelijkmatige diameter heeft.

Na het inkorten brengt u hetzelfde afgesloten buitenkabeleindje aan op het uiteinde.

Monteer het afgesloten buitenkabeleinde met buisje en de rubber cover op de kabelstopper van het frame.

TECHNISCHE TIPS
Als de achterderailleur veel beweegt, zoals bij fietsen met een achtervering wordt aangeraden het kabeleindje te vervangen door het aluminium kabeleindje uit de accessoires.

Lengte buitenkabel voor SHADOW RD

Draai de stelbout van de B-spanning los tot deze in de stand staat die in de afbeelding staat aangegeven.

Controleer of de buitenkabel voldoende slap hangt.
Lijn vervolgens de buitenkabel uit met de onderste rand van de houder op de achterderailleur en knip dan de overtollige buitenkabel af.

Let op.

De afstand tussen de buitenste aanslag en de buitenkabelhouder van de achterderailleur kan veranderen wanneer de achtervering beweegt.
Bepaal de lengte van de buitenkabel dus op het punt waar deze het langst is.

De kabel aansluiten en vastmaken.

Sluit de binnenkabel op de achterderailleur aan.

Verwijder de speling uit de kabel, zoals aangegeven in de afbeelding.

Sluit de binnenkabel weer op de achterderailleur aan.

Let op.

Let erop dat de kabel correct in de groef ligt.

Stel de binnenkabel zo af dat de marge ongeveer 30mm of minder bedraagt. Plaats het kapje voor de versnellingsbinnenkabel.

Let op.

Controleer dat de binnenkabel niet tussen de wielspaken kan komen.
Zet het wiel stil terwijl deze stap wordt uitgevoerd.

De stelbout voor de B-spanning gebruiken

Leg de ketting op het kleinste kettingblad en de grootste tandkrans.
Draai de crankarm om te schakelen.
Stel de stelbout voor de B-spanning zo af dat het bovenste derailleurwieltje de tandkrans niet in de weg zit, maar laat het bovenste derailleurwieltje niet zo dicht bij de ketting komen dat deze elkaar kunnen raken.
Plaats de ketting vervolgens op de kleinste tandkrans.
Herhaal de bovenstaande procedure om te verzekeren dat het derailleurwieltje de tandkrans niet raakt.

De afstand tussen de grootste tandkrans en het bovenste derailleurwieltje controleren (SHADOW RD)

Zet de achterderailleur op de grootste tandkans en controleer bij een stilstaand wiel of de afstand tussen de punt van het bovenste derailleurwieltje en de punt van de grootste tandkrans binnen het bereik valt dat in de tabel staat aangegeven.

TECHNISCHE TIPS

* Wanneer voor de laagste versnelling een 36T of 34T tandkrans wordt gebruikt, stel de afstand dan in op 5 tot 6 mm. Wanneer voor de laagste versnelling een 32T tandkrans wordt gebruikt, stel de afstand dan in op 9 tot 10 mm.

Draai de crankarm om te schakelen en controleer dat het schakelen soepel verloopt.

Let op

Als het aantal tanden van de cassette is veranderd, moet u de afstelling opnieuw proberen uit te voeren.

SIS afstelling.

Bedien de schakelversteller meerdere keren om de ket-ting van de kleinste tandkrans naar de 2e tandkrans te verplaatsen.
Duw vervolgens net genoeg op de hendel om de speling van de hendel te halen, en draai de crankarm.

Stel de standen van de versnellingen af door aan kabel-stelcilinder te draaien.

Beste instelling.

De beste instelling is wanneer de schakelversteller net genoeg wordt bewogen om de opening te sluiten en de ketting de 3e tandkrans (geteld vanaf de kleinste tand-krans) raakt en geluid maakt.

Bij het schakelen naar de 3e tandkrans vanaf de kleinste tandkrans.
Haal de kabelstelcilinder aan tot de ketting weer teruggaat naar de 2e tandkrans, geteld vanaf de kleinste tandkrans. (Rechtsom)

Als er geen geluid wordt geproduceerd.
Draai de kabelstelcilinder los tot de ketting de 3e tandkrans (geteld vanaf de kleinste tandkrans) raakt en geluid maakt. (Linksom)

Zet de versteller terug in de oorspronkelijke stand (de stand waarbij de versteller bij de 2e tandkrans vanaf de kleinste tandkrans staat en net is losgelaten) en draai de crankarm rechtsom.
Als de ketting de 3e tandkrans vanaf de kleinste tandkrans raakt en geluid maakt, draai dan de kabelstelcilinder een klein stukje rechtsom tot het geluid stopt en de ketting soepel draait.
Stop met draaien op het punt waarop het geluid net stopt.

Bedien de hendel om te schakelen en controleer of er in geen van de tandkransposities geluid te horen is.

TECHNISCHE TIPS

Voor de beste SIS-prestatie moeten alle transmis-sie-onderdelen periodiek worden gesmeerd.

Derailleurwieltje vervangen.

Bovenste derailleurwieltje.

Vervang het bovenste derailleurwieltje.

Controleer de richting van de pijl op het derailleurwieltje wanneer u het monteert.

Onderste derailleurwieltje

Verwijder eerst de E-ring.

Vervang het onderste derailleurwieltje.

Controleer de richting van de pijl op het derailleurwieltje wanneer u het monteert.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: