De trommelrem.

De trommelrem.

De trommelrem word algemeen vroeger toegepast op luxere stadsfietsen. De rem heeft als voordeel dat die nagenoeg onderhoudsvrij is en krachtig remt zowel bij droog als nat weer. Nadeel van de trommelrem is dat die zwaarder is dan velgremmen, de belasting op de vork hoger is. Trommelremmen zijn iets lastiger te doseren dan schijf- en velgremmen door het zelfversterkingseffect in de rem.

De trommelrem bestaat ui de volgende onderdelen:

  • De remtrommel die een geintegreerd deel vormt van de naafhuls.
  • De oplopende en het aflopende remsegment. De remsegmenten zijn scharnierend op de ankerplaat bevestigd.
  • De remvoering op de remsegmenten.
  • De remsleutel. De remsleutel is excentrisch uit gevoerd en drukt als die verdraait de remsegmenten naar buiten tegen de trommel
  • De remhevel waar de remsleutel aan bevestigd is.
  • De veer om de remsegmenten van de trommel te trekken als niet meer geremd wordt.
  • De binnenkabel. Deze wordt aan de remhevel bevestigd.
  • De buitenkabel. Deze wordt met stelschroef afgesteund op de ankelplaat.
  • De remgreep.

trommelremOmdat de trommel dicht bij de as aangrijpt moeten er grote krachten uitgeoefend worden om een groot genoeg remmoment te krijgen. De overbrengingsverhouding tussen de hand- en de remsegmenten is dan ook zeer groot. Consequentie hiervan is dat de remsegmenten zeer strak langs de trommel moeten lopen (1 mm). Immers, de overbrengingsverhouding van de slag is omgekeerd evenredig. Extra remkracht verkrijgt de trommelrem door het oplopende remsegment. Deze wordt door de wrijving tussen remsegment en trommel tegen de trommel geduwd. Bij het meelopende remsegment treed dit effect niet op. Door de versterking remmen trommelremmen krachtig, maar zijn ze iets lastiger te doseren dan velgremmen en schijfremmen.

De ankerplaat is op de as bevestigd en via een lange arm aan de vork. Hoe dichter de arm bij de as is vastgemaakt, hoe groter de kracht waarmee de ankerplaat aan de vork trekt. De bevestiging aan de vork moet dan ook ver genoeg van de as liggen om te zorgen dat de krachten op de vork niet te groot worden. Omdat de ankerplaat alleen over de as wordt geschoven en niet direct verbonden is met de as of conus van het lager, hoeft de ankerplaat niet spelingsvrij aan de vork bevestigd te worden. De ankerplaat kan dan ook met bandage vastgemaakt worden (zoals een terugtraprem) of in een nok op de vork vallen. Wanneer de ankerplaat via een nok aan de vork bevestigd is het wiel makkelijk te verwijderen. De ankerplaat wordt bij de voorrem meestal verder van de as vastgemaakt dan bij de achterrem. Dit is nodig omdat de voorvork zwakker is dan de achtervork en het remmoment op het voorwiel groter.

trommelremBij het afstellen van de rem moet de rem spelingsvrij lopen en mag de slag die de remgreep moet maken niet te groot zijn. De stelschroef moet zo gedraaid worden dat de rem net spelingsvrij loopt. Bij de bevestiging van de kabel moet er opgelet worden dat de remhevel een hoek van 90° maakt met de remkabel op het moment dat de rem aangetrokken is. Een kleinere of grotere hoek heeft een kleinere overbrengingsverhouding tot gevolg.

Trommelremmen zijn praktisch onderhoudsvrij. Alleen de remkabel moet soms na een tijdje bijgesteld worden. De remwerking van trommelremmen in de regen is goed doordat ze geheel afgeschermd zijn. Vocht kan zeer lastig binnen dringen in de trommel. Wel moet opgepast worden dat er geen vet in de trommel komt van kogellagers of versnellingsnaaf. Vooral de dunne olie die gebruikt wordt voor versnellingsnaven kan makkelijk in de trommel lopen. Wanneer de naaf uit elkaar gehaald wordt moet de trommel goed schoon en vetvrij gemaakt worden. Ook de remsegmenten kunnen ontvet worden.

De remsegmenten zijn voorzien van een harde slijtvaste remlaag die bestaat uit metaalsnippersen rubber. Normaal gesproken gaat de remlaag een heel leven mee. De trommel is bij aluminium naven voorzien van een stalen remvlak. Het zachte aluminium zou niet goed bestand zijn tegen het harde remmateriaal en de grote remkracht. De remsegmenten kunnen eventueel vervangen worden als de remlaag versleten is. Vroeger werd asbest toegevoegd aan het remmateriaal om de warmte beter af te voeren. Omdat asbestvezels longkanker kunnen veroorzaken is het nu verboden. Bij onderhoud aan oude remsegmenten moet veilig gewerkt worden. De trommel in de voorrem kan zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant geplaatst zijn. Voor het functioneren van de rem maakt het geen verschil of het om een linkse of rechtse naaf gaat.

Bij de montage moet er wel op gelet worden dat de trommel aan de goede kant bevestigd wordt. Bij controle en montage van de trommelrem moet op de volgende punten gelet worden:

  • trommelremSlijtage van de remvoering. Dit is aan de buitenkant van de rem te zien aan de stand van de remhevel, zie afbeelding 49. Als deze een grotere hoek dan 90° met de kabel maakt op het moment dat de remsegmenten tegen de trommel duwen, dan zijn de remsegmenten teveel versleten en moeten ze vervangen worden. Ook de dikte van de remvoering is een indicatie. Als de remvoering dunner is dan 2 mm moet het remsegment vervangen worden.
  • Vervuiling van de remsegmenten. Door vuil en vet werken de remsegmenten niet goed meer. Ze moeten dan schoongemaakt worden. De remsegmenten mogen alleen afgeveegd worden en eventueel licht opgeschuurd worden. Ze mogen niet nat gemaakt worden omdat het vocht in het remsegment trekt waardoor de remwerking van het remsegment minimaal wordt.
  • trommelremSlijtage van de remtrommel. Een trommel kan ovaal zijn of ingesleten groeven. Bij overmatige slijtage moet de naaf met trommel vervangen worden. Zie afbeelding 48.
  • Beschadiging van de remsleutel. Door de grote krachten op de remsleutel kan deze vervormen.
  • Het soepel terugveren van de remsegmenten. Dit kan veroorzaakt worden door zwaar lopende draaipunten of slechte kabels. Controleer de draaipunt, maak ze schoon, smeer ze en vervang eventuele versleten onderdelen. De draaipunten moeten soepel en spelingsvrij lopen.
  • trommelremHet aanlopen van de remsegmenten. De kabel moet zo afgesteld zijn dat de remsegmenten net niet aanlopen. De kabel is af te stellen met de stelschroef op de ankerplaat. Zie afbeelding 50.
  • De bevestiging van de kabel. De bevestiging van de kabel aan de rem. De buitenkabel moet recht in de stelschroef staan en binnenkabel moet goed vast zitten zonder rafelige uiteinden.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: