Bepalen van de kettinglengte.

Het bepalen van de kettinglengte.

kettinglengteDe ketting moet bij derailleursystemen een zodanige kettinglengte hebben dat de derailleur bij alle kettingwiel combinaties de ketting nog kan spannen. Zie afb.34.

Wanneer de ketting te kort is, zal de ketting te strak komen te staan als de ketting zowel voor als achter op het grootste kettingwiel ligt.
Als de ketting te lang is, zal de derailleurarm helemaal naar achteren staan als de ketting voor en achter op het kleinste kettingwiel ligt.
De ketting heeft de juiste lengte als het ketting geleider wieltje en het kettingspanwieltje verticaal staan ten opzichte van elkaar en de ketting voor op het grootste en achter op het kleinste kettingwiel ligt.
Als het goed is kan de derailleurkooi bij deze kettinglengte de ketting bij elke kettingwielcombinatie spannen.
Wanneer dat niet lukt, moet men eventueel twee schakels toevoegen of verwijderen.
Helpt dit niet, dan is de capaciteit van de derailleur niet voldoende en moet de derailleur, een kettingwiel of een kettingblad vervangen worden.

Voor technische pagina’s over de ketting onderhouden en vervangen kunt u naar de volgende pagina toe.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: